Radiotherapie
Radiotherapie — ook wel bestraling of radiatie genoemd — gebruikt hoogenergetische stralen om kankercellen te vernietigen of hun groei te remmen. Dankzij technologische vooruitgang kunnen we kankercellen heel precies bestralen. De straling beschadigt het DNA van de tumorcellen, waardoor ze niet langer kunnen delen en afsterven. Dat verhoogt de doeltreffendheid van radiotherapie en vermindert de bijwerkingen.
Bij borstkanker wordt radiotherapie vrijwel altijd ingezet na een borstsparende operatie, een borstamputatie en/of chemotherapie. Het doel is om eventuele achtergebleven kankercellen te elimineren en zo het risico op terugkeer te verkleinen. De behandeling richt zich zo nauwkeurig mogelijk op het te bestralen gebied, zodat het omliggende gezonde weefsel zoveel mogelijk wordt gespaard.
Gezonde weefsels kunnen ook reageren op de bestralingen, maar verdragen die stralingen meestal goed en herstellen zich nadien.
De volledige behandeling kan meerdere dagen tot weken duren.
De voorbereiding: Sim-CT
Voordat de eigenlijke bestralingen starten, vindt er een zogenaamde simulatie-CT plaats. Dit is een gespecialiseerde CT-scan die uitsluitend dient voor de planning van de behandeling — er worden geen diagnoses mee gesteld.
Tijdens de sim-CT lig je in de exacte houding die je ook tijdens elke bestraling zal aannemen: doorgaans op de rug, met de arm omhoog gesteund in een armsteun. Deze positie wordt nauwkeurig vastgelegd, zodat elke sessie perfect reproduceerbaar is.
- Er worden kleine tatoeagepuntjes of permanente markering aangebracht op de huid, als referentiepunten voor de laserlijnen van het bestralingstoestel.
- Het is belangrijk dat u tijdens het voorbereidende onderzoek niet beweegt. Soms wordt een masker of andere fixatie gebruikt om de positie extra stabiel te houden.
- De scan duurt doorgaans 15 tot 30 minuten. Je ontvangt geen straling die therapeutisch werkt — dit is puur positionering en beeldvorming.
Voorbereiding van het bestralingsplan
Na de sim-CT werkt een team van radiotherapeuten en medisch fysici het bestralingsplan uit. Dit proces — dosisplanning of "planning" genoemd — kan enkele dagen in beslag nemen.
Op de CT-beelden worden de te bestralen gebieden en de te sparen structuren (zoals het hart, de longen en het ruggenmerg) nauwkeurig ingetekend. Vervolgens berekent speciale software hoe de straling het beste kan worden verdeeld om de tumor een zo hoog mogelijke dosis te geven, met minimale belasting voor de omgeving.
- Het plan wordt gecontroleerd en goedgekeurd door de radiotherapeut-oncoloog.
- Vóór de eerste echte bestraling vindt er een verificatiesessie plaats, waarbij de positionering en de straalvelden worden gecontroleerd.
De bestralingen zelf
Enkele dagen na de simulatie meldt je je aan op het afgesproken uur in de wachtzaal van radiologie.
De radiotherapeut-oncoloog bestraalt het gezwel zelf, of als er al een operatie geweest is, de plaats waar het gezwel gezeten heeft – dat heet het 'tumorbed'. Meestal bestraalt de radiotherapeut-oncoloog met een ruime marge. In die ruime marge zitten vaak ook de lymfeklieren die mogelijk kankercellen bevatten. De radiotherapeut-oncoloog zal voor elke individuele patiënt een aangepaste behandeling voorstellen.
Elke sessie verloopt als volgt:
- Je wordt door de radiotherapielaboranten in de juiste positie gelegd, aan de hand van de referentiepunten op je huid en de laserlijnen in de kamer.
- De laboranten verlaten de kamer voor de bestraling start. Je bent niet radioactief en stelt niemand in gevaar na de sessie.
- De bestraling zelf duurt slechts enkele minuten. Je voelt er niets van — geen pijn, geen warmte.
- De volledige afspraak, inclusief positionering, duurt gemiddeld 15 tot 20 minuten.
Mogelijke bijwerkingen zoals huidroodheid, vermoeidheid of een gevoel van zwelling van de borst zijn normaal en verdwijnen doorgaans enkele weken na het einde van de behandeling. De borstverpleegkundige, radiotherapeut en oncoloog volgen dit op en geven gericht advies over huidverzorging.